BEROEPSCODE VOOR DE NATUURGENEESKUNDIG THERAPEUT

Vereniging van Natuurgeneeskundig Therapeuten

Inleiding

De VNT is een beroepsorganisatie van en voor natuurgeneeskundig therapeuten. De organisatie heeft de privaatrechtelijke of juridische vorm van een vereniging. De vereniging stelt zich ten doel de belangen te behartigen van de professionele beoefenaren van door de vereniging aanvaarde vormen van natuurgeneeskunde. Nadrukkelijk streeft zij naar een gekwalificeerde beroepsstand op een optimaal niveau. Buiten een goede en verplichte beroepsopleiding dienen aangesloten therapeuten zich te onderwerpen aan een geheel van gedragsregels, die noodzakelijk zijn voor een goede beroeps-uitoefening en derhalve in het belang van de patiŽnt. Wanneer hiertoe maatschappelijk en/of medisch aanleiding bestaat, zal deze beroepscode in overeenstemming met nieuwe eisen worden aangepast. De beroepscode zal steeds verschijnen als bijlage van het Huishoudelijk Reglement van de vereniging.

Indien leden van de vereniging - of buitenstaanders, belanghebbenden, patiŽnten - geconfronteerd worden met schendingen van deze beroepscode, verzoekt het bestuur dit te melden bij het secretariaat van de vereniging, opdat de vereniging - d.m.v. haar tuchtcollege - corrigerend resp. disciplinair kan optreden t.o.v. de betreffende therapeut, in zoverre deze is aangesloten bij de VNT.

Begripsomschrijvingen

1. Waar in deze beroepscode wordt gesproken van VNT wordt bedoeld de Vereniging van Natuurgeneeskundig Therapeuten.
2. Waar in deze beroepscode wordt gesproken over natuurgeneeskunst of -kunde, worden bedoeld geneeskundige methoden en/of werkwijzen die de VNT aan deze begrippen toekent.
3. Met de term "therapeut" worden in deze beroepscode bedoeld alle praktiserende leden van de VNT, zoals vermeld in de ledenadministratie.
4. Onder "bestuur" wordt in deze beroepscode bedoeld het reglementair gekozen bestuur van de VNT.

BALGEMENE ASPECTEN

Artikel 1
De therapeut neemt bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht en handelt daarbij in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid voortvloeiende uit zijn professionele standaard. De therapeut stelt alles in het werk om een goede kwaliteit van technisch handelen te hebben en te handhaven. Hij/zij getuigt van een goede beroepsattitude en zorgt voor een goede organisatie van de beroepsuitoefening. De therapeut houdt zich aan de kwaliteitsvoor-schriften van de VNT, zoals vermeld in deze beroepscode, het beroepsprofiel Natuurgeneeskundig Therapeut en de praktijkregels van de VNT.

Artikel 2
Therapeuten dienen - om hun praktijk uit te oefenen -bekwaam te zijn in een of meerdere natuurgeneeskundige werkwijzen. Deze bekwaamheden en deskundigheid staan ter beoordeling van het bestuur, onverminderd de in het Huishoudelijk Reglement gestelde eisen voor toelating. De therapeut is alleen gerechtigd die natuurgeneeskundige behandelingen toe te passen waartoe hij een gedegen opleiding en goede na- en bijscholing heeft gehad.

Artikel 3
Als geldige diploma's, certificaten - of anderszins bewijzen van bevoegdheid - gelden documenten, verkregen aan Nederlandse universiteiten, hogescholen, erkende HBO-gekwalificeerde onderwijsinstellingen en/of opleidingen en cursussen die door de VNT erkend zijn. Op verzoek van het bestuur, de visitatiecommissie en patiŽnten geeft de therapeut inzage in zijn/haar diploma's en is bereid hiervan, indien nodig, kopieŽn te verstrekken.

Artikel 4
De therapeut onthoudt zich van handelingen die gelegen zijn buiten het terrein van zijn eigen kennen en kunnen. De therapeut past alleen die therapieŽn toe, waartoe hij door zijn opleiding bevoegd en bekwaam is. De therapeut is bereid om in dit kader op verzoek van de patiŽnt of andere belanghebbende inzage te geven in zijn diploma's.

Artikel 5
De therapeut is volledig aansprakelijk voor de wijze waarop hij/zij praktijk uitoefent. De aansprakelijkheid van de therapeut kan niet contractueel worden beperkt of uitgesloten.

Artikel 6
De therapeut voert bij aanvang van de zorgverlening een intake-/entreegesprek. Hij/zij vraagt de patiŽnt naar de ziektegeschiedenis, onderzoekt de patiŽnt en komt na een zorgvuldig onderzoek tot een diagnose. Aan de hand hiervan stelt de therapeut een behandelplan op. In het kader van dit behandelplan geeft de therapeut aan welke therapieŽn er om welke redenen worden toegepast. De therapeut houdt aantekeningen bij van de behandeling en evalueert de resultaten. Op grond hiervan wordt het behandelplan, indien nodig, in overleg met de patiŽnt aangepast. De therapeut hanteert bij de zorgverlening de voorschriften van de VNT.

Artikel 7
De therapeut neemt bij zijn werkzaamheden de zorg in acht die een goed hulpverlener betaamt. De therapeut behandelt de patiŽnt met respect, vraagt naar de anamnese, geeft informatie over de diagnose en het behandelplan, vraagt de patiŽnt om toestemming voor de toe te passen behandelingen, houdt een medisch dossier bij, respecteert de privacy van de patiŽnt en houdt zich aan de geheimhoudingsverplichting.

Artikel 8
De therapeut gebruikt zijn kennis en vaardigheden om een patiŽnt gedegen te onderzoeken, diagnose te stellen, te behandelen met de therapieŽn waartoe hij/zij is opgeleid en tevens om ziekten en stoornissen te voorkomen. De therapeut richt zijn praktijkruimte daartoe naar behoren in en maakt alleen gebruik van kwalitatief goede materialen en apparatuur.

Artikel 9
Om zijn functie goed te kunnen uitoefenen houdt de therapeut zijn kennis en vaardigheden op peil door bij- en nascholingsactiviteiten. De therapeut houdt zijn vakliteratuur bij en doet aan zelftoetsing. De therapeut onderwerpt zich aan intercollegiale toetsing zoals visitatie.

Artikel 10
De therapeut dient in alle redelijkheid en openhartigheid - en nadat hiervoor een afspraak is gemaakt - de door het bestuur van de VNT aangewezen visiteurs te ontvangen. Eventuele op- of aanmerkingen die de therapeut via het bestuur bereiken naar aanleiding van visitatie, dient de therapeut ernstig ter harte te nemen.

Artikel 11
Therapeuten mogen - tenzij gedwongen door bijzondere omstandigheden - niet overgaan tot behandeling als onderstaande omstandigheden zich voordoen:
a. indien de lichamelijke toestand van een patiŽnt zodanig is dat gesproken kan worden van acute bedreiging van het leven, waarbij de therapeut weet of kan weten dat regulier medische c.q. specialistische hulp noodzakelijk moet worden geacht.
b. indien bij de therapeut als bekend mag worden verondersteld dat de patiŽnt lijdt aan tuberculose, een geslachtsziekte of aan een besmettelijke ziekte als bedoeld en aangegeven in de Besmettelijke Ziektewet.
c. indien de therapeut kan weten dat door zijn behandeling een andere geneeskundige behandeling wordt afgebroken of achterwege blijft, waardoor het leven of de gezondheid van de patiŽnt in gevaar zou kunnen komen.
d. indien de therapeut - ondanks zijn kennis en vaardigheden - er niet in slaagt een helder inzicht te krijgen betreffende de gezondheidstoestand van de patiŽnt.
Het is therapeuten tevens niet toegestaan, tenzij daartoe wettelijk bevoegd behoudens de wettelijke verplichting tot het geven van hulp bij levensgevaar, ingevolge artikel 450 van het wetboek van strafrecht:
a. tandheelkundige handelingen te verrichten.
b. handelingen te verrichten of adviezen te geven, die aanleiding zouden kunnen zijn tot het afbreken van zwangerschap of waardoor het leven van de zwangere vrouw of de ongeboren vrucht in gevaar zouden kunnen worden gebracht.
c. het verrichten van voorbehouden handelingen, zoals vermeld in de Wet BIG, t.w.:
- heelkundige ingrepen te verrichten
- een verloskundige handeling te verrichten
- catheterisaties en endoscopieŽn
- het geven van injecties
- het verrichten van puncties
- het onder narcose brengen
- het toepassen van ioniserende straling
- het toepassen van electieve cardioversie
- het toepassen van defibrillatie
- het toepassen van electroconvulsieve therapie
- steenvergruizing
- handelingen met menselijke geslachtscellen en embryo's, gericht op het anders dan op natuurlijke wijze tot stand brengen van een zwangerschap

ASPECTEN IN RELATIE TOT DE PATIňNT

Artikel 12
De belangen van de patiŽnt staan op de eerste plaats. De therapeut dient in alle gevallen de vrije wilsbeschikking van de patiŽnt te respecteren, of dit nu betrekking heeft op de te volgen therapie of over de keuze van de te bezoeken therapeut.

Artikel 13
Therapeuten dienen hun beroep zodanig uit te oefenen dat de naam der vereniging en die van de beroepsstand te allen tijde wordt beschermd en hoog gehouden.

Artikel 14
De therapeut getuigt van bereidheid om informatie te geven en verantwoording af te leggen voor de behandeling. De therapeut bejegent de patiŽnt respectvol en geeft de patiŽnt op een duidelijke wijze en desgevraagd schriftelijke informatie over het onderzoek, de resultaten hiervan en de voorgenomen behandeling. De therapeut laat zich bij het verstrekken van informatie leiden door hetgeen de patiŽnt redelijkerwijze dient te weten over de behandeling, de alternatieven en de te verwachten gevolgen en eventuele risico's voor de gezondheid van de patiŽnt.

Artikel 15
De therapeut mag de patiŽnt slechts informatie onthouden voor zover het verstrekken ervan kennelijk ernstig nadeel voor de patiŽnt zou opleveren.

Artikel 16
Als de patiŽnt geen informatie over de behandeling wil ontvangen, mag de therapeut daaraan voldoen. De therapeut moet daarbij wel steeds de belangen van de patiŽnt blijven afwegen en de informatie toch verstrekken indien hij van mening is dat dit in het belang van de patiŽnt nodig is

Artikel 17
PatiŽnten zullen zich dikwijls tot een therapeut wenden in die gevallen waarin zij niet, of niet bevredigend, een oplossing voor hun gezondheidsproblematiek hebben gevonden in de reguliere gezondheidszorg. De therapeut dient, waar nodig, zoveel mogelijk aan de patiŽnt te verklaren, teneinde hem/haar een beter inzicht te verschaffen in diens gezondheidstoestand. Daarbij dient de therapeut ervoor te waken dat nimmer onterechte verwachtingspatronen worden gewekt.

Artikel 18
De therapeut bespreekt vooraf aan de behandeling het behandelplan met de patiŽnt en verzoekt de patiŽnt om toestemming. Als de toestemming van vergaande aard is, kan dit schriftelijk door de therapeut worden vastgelegd en kan deze schriftelijke verklaring door de patiŽnt worden ondertekend.

Artikel 19
Therapeuten mogen eigen onderzoek doen n.a.v. nieuwe ideeŽn of inzichten die zijzelf of via collegae dan wel via literatuur hebben verkregen. Dit onderzoek mogen zij doen onder de volgende voorwaarden:
a. de mogelijkheid van schade aan de gezondheid van de patiŽnt dient uitgesloten te zijn.
b. de patiŽnt dient volledig geÔnformeerd te zijn betreffende de aard van het onderzoek.
c. de therapeut dient toestemming van de patiŽnt te krijgen voor het doen van onderzoek zonder op enigerlei wijze pressie op de patiŽnt uit te oefenen.
d. enigerlei vorm van belasting van de patiŽnt dient de therapeut uit te sluiten.
e. de therapeut dient zich te onthouden van enigerlei vorm van belofte resp. toezegging, waartoe hij mogelijkerwijze geneigd zou zijn, vooruitlopend op eventuele resultaten van het onderzoek.
f. de therapeut dient patiŽnten die onder bovengenoemde strakke voorwaarden aan onderzoek deel willen nemen in geen geval van honorarium in rekening te brengen in zoverre zijn behandelingen samenhangen met het onderzoek.
g. de therapeut legt de toestemming van de patiŽnt schriftelijk vast en laat de patiŽnt de schriftelijke toestemming ondertekenen.

Artikel 20
De therapeut verzoekt de patiŽnt om inlichtingen en medewerking bij het uitvoeren van de overeenkomst. De therapeut wijst de patiŽnt op het belang van de informatie voor de behandeling en de plicht van de patiŽnt om deze informatie naar beste weten te verstrekken.

Artikel 21
De therapeut houdt een patiŽntenadministratie bij conform de praktijkregels van de VNT. Gegevens van patiŽnten dienen tenminste 15 jaar na het laatste bezoek bewaard te blijven. Tevens is het wenselijk de huisarts van de patiŽnt op de hoogte te stellen van het feit dat de patiŽnt natuurgeneeskundige hulp heeft gezocht bij de therapeut, alsmede een summiere opsomming van de bevindingen c.q. het voorgestelde behandelplan, behoudens in die gevallen waarin de patiŽnt bezwaar maakt tegen een dergelijke berichtgeving.

Artikel 22
De therapeut dient zijn/haar tarieven aan te passen aan de binnen de beroepsgroep gebruikelijke tarieven.

Artikel 23
Tijdens het eerste consult kan de therapeut aan de patiŽnt een behandelingsovereenkomst ter wederzijdse ondertekening voorleggen. De overeenkomst dient dan in tweevoud te worden opgemaakt en ondertekend; deze legt rechten, plichten en verantwoordelijkheden bij de behandeling van de patiŽnt door de therapeut wederzijds vast. In het laatste geval dient de therapeut een exemplaar van deze overeenkomst bij zijn administratie te bewaren en het andere exemplaar aan de patiŽnt te overhandigen.

Artikel 24
De therapeut houdt een medisch dossier bij. De therapeut geeft de patiŽnt op diens verzoek inzage in en afschrift van het medisch dossier. De therapeut brengt hiervoor niet meer in rekening dan de daadwerkelijke kosten. Als inzage in en afschrift van het medisch dossier niet mogelijk is in het belang van de persoonlijke levenssfeer van een ander dan de patiŽnt, wordt de inzage in en het afschrift van het medisch dossier niet aan de patiŽnt verstrekt.

Artikel 25
Op verzoek van de patiŽnt vernietigt de therapeut binnen drie maanden na het verzoek de door hem bewaarde bescheiden. De therapeut voldoet niet aan het verzoek van de patiŽnt als het verzoek bescheiden betreft waarvan redelijkerwijs aannemelijk is dat de bewaring van belang is voor een ander dan de patiŽnt. De therapeut voldoet tevens niet aan het verzoek van de patiŽnt als er rechtsgeldige bepalingen zijn die zich tegen vernietiging verzetten.

Artikel 26
De therapeut dient zorg te dragen voor een praktijkinrichting, bereikbaarheid en verzorging in overeenstemming met de daartoe strekkende voorschriften als vastgesteld door het bestuur. De therapeut houdt zich aan de praktijkregels van de VNT.

Artikel 27
Therapeuten zijn gebonden aan een beroepsgeheim, behalve tegenover personen die uit hoofde van hun beroep of functie eveneens geheimhouding verplicht zijn en behoudens in gevallen als bepaald in artikel 272 van het wetboek van strafrecht. Zij dienen het stilzwijgen te bewaren over hetgeen hen als vertrouwenspersoon van hun patiŽnten en hun persoonlijke omstandigheden wordt toevertrouwd.

Artikel 28
De therapeut heeft een geheimhoudingsplicht. De therapeut verstrekt geen inlichtingen over de patiŽnt en geeft geen andere persoon dan de patiŽnt inzage in het medisch dossier, tenzij de patiŽnt hiervoor toestemming heeft gegeven. Bij inlichtingen in verband met statistiek of wetenschap, houdt de therapeut zich aan de wettelijke regels.

Artikel 29
De therapeut heeft de verantwoordelijkheid om de patiŽnt door te verwijzen naar andere hulpverleners, zowel in de reguliere als in de alternatieve beroepssector, in het geval de therapeut de patiŽnt niet (verder) kan behandelen of verwijzing naar de mening van de therapeut noodzakelijk is.

Artikel 30
De behandeling door de therapeut vindt plaats buiten waarneming van anderen, tenzij op verzoek van de patiŽnt of met de toestemming van de patiŽnt.

Artikel 31
De therapeut zorgt voor een goede bereikbaarheid. Indien noodzakelijk zorg

ASPECTEN IN RELATIE TOT COLLEGA-THERAPEUTEN EN ANDERE HULPVERLENERS

Artikel 32
De therapeut dient zich te onthouden van negatieve uitspraken of kritiek betreffende collegae van de VNT. Daarnaast past het de therapeut niet zich in negatieve of laatdunkende bewoordingen tegenover een patiŽnt uit te laten ten aanzien van vertegenwoordigers van de reguliere geneeskunde. Indien echter een therapeut informatie krijgt betreffende optreden, gedragswijzen dan wel behandelvormen door een collega van de VNT die schade zouden kunnen toebrengen aan een patiŽnt en/of aan de beroepsstand, dan dient de therapeut zonder aarzeling het bestuur daarvan in kennis te stellen, tenzij de patiŽnt daartegen nadrukkelijk bezwaar maakt.

Artikel 33
De therapeut zal streven naar het tot stand brengen en het in stand houden van een goede samenwerking met collega-therapeuten en andere beroepsbeoefenaren op het terrein van de gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening.

Artikel 34
De beroepsbeoefenaar biedt collega-therapeuten alle hulp die hij/zij krachtens zijn deskundigheid en ervaring kan bieden en toont bereidheid tot samenwerking en verstrekken van wederzijdse informatie.

Artikel 35
De therapeut zal bij verwijzing van de patiŽnt in overleg alle relevante en voor de verdere behandeling noodzakelijke informatie toezenden.

Artikel 36
Deze gedragsregels zijn ook van toepassing op stagiaires en/of assistenten.

ASPECTEN IN RELATIE TOT DE SAMENLEVING

Artikel 37
De therapeut houdt zich op de hoogte van politieke, maatschappelijke en medisch-wetenschappelijke ontwikkelingen die de gezondheidszorg beÔnvloeden en direct en indirect betrekking hebben op de natuurgeneeskundige therapie.

Artikel 38
De beroepsbeoefenaar heeft de plicht de volksgezondheid te bevorderen waar dit mogelijk is.

Artikel 39
Een therapeut mag geen beschermde titels (waaronder de titel van arts) voeren, tenzij daartoe wettelijk bevoegd. De uitoefening van de praktijk dient uitsluitend onder de wettige eigen naam te geschieden. Daarnaast kan de therapeut voor de duidelijkheid in kernwoorden aangeven welke therapieŽn worden toegepast.

Artikel 40
Het is therapeuten toegestaan zich als volgt te afficheren:
a. een dagbladannonce bij vestiging.
b. idem bij tijdelijke onderbreking en heropening van de praktijk, verhuizing en hervestiging.
c. d.m.v. een naambord aan de praktijk met vermelding van de praktijkgegevens, vergezeld van het muurschild van de VNT.
d. d.m.v. briefpapier, naam/afsprakenkaartjes, receptpapier.
e. vermelding in adresboeken, telefoongidsen e.d. als bedoeld onder lid c van dit artikel.
De therapeut dient zich te onthouden van het aanprijzen van zijn/haar kwaliteiten en/of therapeutische prestaties in woord of geschrift. Het is toegestaan interviews te laten publiceren, mits de therapeut: - uitleg geeft over of bekendheid geeft aan een therapie. - geen beloftes of toezeggingen doet over genezing van klachten/ziektes.

ASPECTEN MET BETREKKING TOT DEZE GEDRAGSREGELS

Artikel 41
Overtreding van deze beroepscode kan onderhevig zijn aan de volgende sancties:
a. berisping door het bestuur.
b. onderzoek van c.q. berisping door de tuchtcommissie.
c. schorsing van het lidmaatschap voor een bepaalde tijd.
d. royement als lid van de VNT onder inlevering van de VNT-attributen (certificaat, muurschild en stempel) al dan niet met publicatie in het verenigingsorgaan, het VNT-Nieuws, al dan niet met rapportage en bekendmaking aan de autoriteiten van de gezondheidszorg.